Begin April was ik aanwezig bij het eerste stamtafeloverleg.
Op uitnodiging, via Velotejo, ben ik
meegegaan naar Flevobike te Dronten.
De bedoeling is om in een ongedwongen sfeer ideeën op te
doen die ligfietsen en velomobielen beter moeten maken. Nu ben ik wel handig en
niet bang om te klussen maar toch ook niet bijster technisch geschoold. In de
gesprekken merkte ik al snel dat ik in dit gezelschap toch voornamelijk als
‘gebruiker’ geclassificeerd kon worden.
Ik ben wel onder de indruk van de
technische kennis, ervaring en ligfietsgeschiedenis die menig tafelgenoot hier
had, zoals Johan Vrielink en Gerrit Hofs (om maar even een paar namen te laten
vallen).
Waar ik misschien wel wat meer over kan zeggen en een nog
enigszins een geloofwaardig gesprekspartner kan zijn is hoe je een velomobiel
populairder en daarmee geaccepteerder, massaler en goedkoper kan maken. Ik merk
in gesprekken met familie, vrienden en collega’s dat ik mijzelf al snel als een
ambassadeur van de velomobiel opwerp (ik kan het ook niet helpen). Velen zijn
geïnteresseerd en vragen zijn er volop.
Al denkend over strategieën om de ligfiets/velomobiel op te
stoten in de vaart der volkeren kwam ik uit bij een belangrijke vraag die ik
eerst moet beantwoorden: Waarom rij ikzelf eigenlijk in zo'n ding?
Allereerst fiets ik graag, al vanaf mijn 10e jaar
maak ik flink kilometers, maar heb daarna ook een lange tijd niet gefietst. Rond mijn
10e jaar hebben mijn ouders de auto verkocht en van dat geld goede
fietsen gekocht voor het hele gezin. Tot die tijd reed ik op afdankertjes, maar
ik vergeet nooit het verjaardagscadeau voor mijn tweede lustrum, een
spiksplinternieuwe fiets! Sprakeloos was ik van die metallic witte Peugeot met
oranje letters, zwarte blokjes en maar liefst 10 versnellingen. Sindsdien kan
ik enorm genieten van mooie fietsen. Auto’s hebben ditzelfde effect in ieder
geval nooit op mij gehad.
In de jaren daarop zijn we op fietsvakantie geweest in
Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Groot-Brittannië. Ook al het
dagelijkse vervoer was per fiets, de normaalste zaak van de wereld. Uiteraard
kon het sporten niet uitblijven en ben ik als nieuweling en junior gaan koersen
bij Swift Leiden, de fameuze club van o.a. Joop Zoetemelk. Heel goed ben ik
nooit geweest, met tenger postuur en klein voor mijn leeftijd was het uitrijden
van een wedstrijd al een voorname prestatie. (Het blijft jammer dat wij hier in
Nederland geen behoorlijke bergen hebben, daar had ik die krachtpatsers
natuurlijk het ware fietsen kunnen laten zien….;-))
Door veranderende interesses raakte het fietsen in het slop,
vele jaren heb ik het gedaan zonder of op zijn best met een oude stadsfiets.
Zes jaar geleden besloot ik echter dat ik weer beweging nodig had. Gestopt met
teamsporten (met zo’n bal), na een verhuizing, merkte ik het verlangen mij weer
fit te voelen; ongemerkt kwamen de kilootjes erbij. Dus een Bianchi voor niet
al te veel moest mij weer op het rechte (fiets)pad brengen. Hiermee ben ik ook
begonnen ritjes naar kantoor te maken na het aanvaarden van een nieuwe functie
met meer kantoorwerk en betere tijden (niet zo gruwelijk vroeg beginnen).
Dit was de aanzet tot meer; nam ik eerst de fiets nog mee in
de auto om dan terug te fietsen en de volgende ochtend weer heen, niet veel
later reed ik gewoon retourtjes.
Ik wilde graag meer kilometers maken en het woon-werk
verkeer was daarvoor de ideale gelegenheid, 80+ kilometer op een dag moet toch
te doen zijn? Files gaven ook genoeg aanleiding, die tijd kan ik beter
benutten!
De bukker, want zo heet dat ding nu, was daarvoor niet de
ideale fiets. Te oncomfortabel voor de polsen, rug en zitvlak en niet geschikt
voor vervoer van een tas schone kleding, laptop en wat een mens nog meer mee
kan slepen voor een werkdag. Maar alles minder dan een vlotte racefiets kost
teveel tijd en is dus niet acceptabel. Tijdens deze woon-werk ritjes kwam ik af
en toe vreemde voertuigen tegen en een beetje googlen opende al snel een nieuwe
wereld, die van de ligfietsen en velomobielen!
Hierop kwam voor mij de ligfiets in beeld, de belofte van
comfort en snelheid ineen maakte dat ik een tweedehands Challenge Fujin met
staartpunt heb aangeschaft. Deze fiets maakte de belofte waar, maar al snel
wilde ik meer… (zucht). Bij slecht weer, dat wil zeggen veel wind, nattigheid
en/of kou, stapte ik telkens weer in de auto en moest ik tot mijn spijt
constateren dat mijn opgebouwde conditie in een slechte maand weer flink
terugliep.
Zal ik dan toch een velomobiel kiezen? Ze zijn wel duur. Dan
moet je wel fietsen, anders is het zonde van het geld. Ze zijn ook zwaar. Zijn
ze niet gevaarlijker in het verkeer? Ik moet niet zeuren en gewoon vaker
fietsen op de Fujin, koop maar goede kleding. Dan poets ik wel wat vaker! Etc. etc.
etc.
Begin 2011 heb ik de knoop doorgehakt een 4dehands
Mango opgehaald in Luik, technisch niet in de beste staat, maar een grote beurt
bij Velomobiel.nl maakte ‘m goed fietsbaar en het voordeel was natuurlijk ook
de prijs (laten we zeggen dat de 2dehands velomobielenmarkt niet
echt een kopersmarkt is)
Eenmaal in de Mango… “MAAR DIT HAD IK VEEL EERDER MOETEN
DOEN!” Wat een genot, weer of geen weer, warm en droog ontspannen trappen,
goede snelheid en ruime bagage vakken. Mijn kilometers verdubbelde opslag.
(later meer…)
Tot snel!
Klinkt oh zo bekend... Vooral dat van "had ik veel eerder moeten doen". Ik heb sinds ik een Velomobiel heb de racefiets - ik bedoel bukker - niet meer aangeraakt. Hij staat daar nog steeds in dezelfde hoek smerig te wezen. Binnenkort maar eens netjes maken.
BeantwoordenVerwijderenGroet, F.
Q583
De Mango was toch wel een goede fiets voor jou, voor mij :-))
BeantwoordenVerwijderenMaak je geen zorgen, ik ben nu weer 2 weken in Sao Paolo niet aan het fietsen. M'n conditie loopt vanzelf weer terug...
Verwijderen